Interview met collega Karin Bregman

Afbeelding
Interview

Bij de Academie werken en komen veel mensen. Wie zijn zij? Wat doen zij? Wat houdt hen bezig? In deze Academie Actueel gaat rector Pauline Schuyt in gesprek met Karin Bregman, die sinds 1 januari 2026 als programmamanager aan de Academie is verbonden. In dit gesprek vertelt ze meer over zichzelf, de eerste ervaringen in haar rol als programmamanager en haar ambities. Lees je mee?

Pauline: Je bent sinds begin dit jaar programmamanager. Je bent bij ons als collega inmiddels al behoorlijk ingeburgerd, maar graag zou ik onze lezers ook de gelegenheid willen geven om je beter te leren kennen. Zou je ons eerst iets kunnen vertellen over jezelf?

Karin: Zeker. Ik ben getrouwd en heb twee zonen: een van 16 en een van 19. Dat zijn boeiende leeftijden, het is heel leuk om de overgang naar volwassenheid van zo dichtbij mee te maken. Ik hou van wandelen, zo heb ik eind vorig jaar de Dutch Mountain trail gelopen in Limburg. Te voet leer je de verschillende landschappen in Nederland echt anders kennen. 
Ik hou er sowieso van om buiten te zijn. Elke dag fiets ik in ongeveer 45 minuten naar het werk, weer of geen weer, en geniet dan van de wisseling van de seizoenen. Op de fiets maak je dat allemaal veel bewuster mee: het langer en korter worden van de dagen, de verschillende temperaturen, vogeltjes die fluiten, de lente die in de lucht hangt...

Pauline: Dat zal je wel een topconditie hebben?

Karin: Nou, ik heb wel een elektrische fiets, dus als het heel hard waait word ik wel een beetje geholpen.

Pauline: Kun je iets vertellen over het pad dat je hebt bewandeld voordat je bij de Academie kwam?

Karin: Na mijn rechtenstudie in Leiden volgde ik de opleiding tot wetgevingsjurist aan de Academie. Ik ben van de tweede lichting. Ik werd geplaatst bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het huidige Ministerie Infrastructuur en Waterstaat. Ik heb het daar naar mijn zin gehad, maar kwam er tijdens de opleiding ook wel achter dat wetgeving niet echt mijn ding is. Ik ben daarom op een gegeven moment aan de slag gegaan als overheidsjurist bij het Ministerie van Defensie. Later heb ik ook nog gewerkt bij de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken. Bij al die ministeries hield ik mij voornamelijk bezig met alles wat te maken had met de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), de huidige Wet Open Overheid (WOO).

Mijn laatste aanstelling voordat ik naar de Academie kwam was bij het Kabinet van de Koning. Daar ondersteunde ik, met mijn collega’s, de koning in zijn grondwettelijke taken. De functie had juridische elementen, maar was verder heel breed. Het was heel interessant om me te verdiepen in de rol van de koning in de Nederlandse constitutionele monarchie.

Pauline: Wat sprak je aan in de vacaturetekst van de Academie: wat maakte dat je solliciteerde?

Karin: Ik vond het een mooi moment in mijn loopbaan om iets nieuws te doen. Wat me aansprak was dat je als programmamanager je bezighoudt met het opleiden van mensen, bijdraagt aan de ontwikkeling van mensen, stilstaat bij de vraag: wat hebben mensen nodig om hun werk goed te doen? Een bijdrage leveren aan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, dat zag ik mezelf wel doen. 

Pauline: En dat je het juridisch inhoudelijke dan nog meer los zou laten, hoe keek en kijk je daar tegenaan?

Karin: Dat mis ik niet echt. Ik ben nu juridisch veel breder bezig, denk mee met het ontwikkelen van cursussen op alle rechtsgebieden. Minder diepte, meer breedte, dat bevalt me wel. Het is wel leuk als er af en toe een juridisch vraagstukje opgelost moet worden en dat ik daarbij kan helpen. 

Pauline: Je bent nu ruim drie maanden werkzaam bij de Academie. Is er iets dat je is opgevallen?

Karin: Eerlijk gezegd is er wel een wereld voor me opengegaan. Ik heb zelf de traineeopleiding bij de Academie gedaan en ik ken de Academie ook als docent van WOB-cursussen, dus het onderwijs aan de Academie was me niet vreemd. Maar ik heb toen nooit beseft wat er allemaal nodig is om een cursus te kunnen volgen of geven. Het is zoveel meer dan alleen een zaaltje en een docent regelen. Denk maar aan het schrijven van een goede cursusomschrijving, het inschrijven van cursisten, het afstemmen met docenten en – in het geval van maatwerk - de opdrachtgever, verwachtingen van de deelnemers uitvragen, namenlijsten maken, zalen klaarzetten, lunch regelen, evalueren met deelnemers en docenten en verbeteringen doorvoeren in de cursus, als deze herhaald wordt. Gelukkig werk ik samen met een team geweldige collega’s, die dit allemaal uitstekend organiseren.

Pauline: Wat was nog meer een eyeopener?

Karin: Nou bijvoorbeeld hoe belangrijk evaluaties zijn. Zelf heb ik ook lang niet altijd zin om een evaluatie in te vullen; alleen als ik heel ontevreden ben en als ik tijd over heb, vul ik iets in. Nu ik aan de ‘andere kant’ werkzaam ben, merk ik pas hoe belangrijk het is om te weten hoe een activiteit door deelnemers wordt ervaren. Voor docenten én voor ons als Academie is het heel waardevol om te weten of de opzet van een bepaalde cursus, de onderwijsmethode, de keuze voor een bepaalde docentcombinatie, het cursusmateriaal, etc. ook daadwerkelijk wérkt. En uiteraard is het vaak zo dat wat door de ene deelnemer heel goed wordt gewaardeerd, niet aanslaat bij een andere deelnemer. Het blijft dus altijd de kunst om een evaluatie op waarde te schatten. Maar juist daarom is het ook fijn als mensen de moeite nemen om een evaluatie óók in te vullen als ze wel tevreden zijn. 

Pauline: Is dat een oproep aan de lezers van de Academie Actueel?

Karin: Zeker! Overigens zien we ook best wel vaak dat mensen de evaluaties invullen en die zijn ook bijna altijd heel erg goed. Maar toch deze oproep: blijf de evaluaties invullen. En neem ook de tijd voor geschreven feedback, want die is meestal het meest informatief. Aan de hand daarvan kunnen wij onze cursussen nog beter laten aansluiten aan de behoeften.

Pauline: Misschien is het ook wel leuk om te laten weten wat we met de evaluaties doen?

Karin: Nou, die bekijken we uiteraard kritisch. De evaluaties sturen we altijd door naar de docent en als er punten in staan die we kunnen bespreken, dan doen we dat. Waar mogelijk passen we de cursus aan. Wat we daarbij een belangrijk punt vinden is de cursusbeschrijving. Als blijkt dat de verwachtingen die cursisten op basis daarvan hebben niet aansluiten bij de daadwerkelijke cursus, dan passen we die aan. Het is dus echt de moeite waard om even tijd te nemen om een evaluatie in te vullen. Ons onderwijs wordt er echt beter door.

Pauline: Wat heb je tot nu toe als grootste uitdaging ervaren?

Karin: Het actueel en relevant houden van het opleidingsaanbod. Als programmamanager heb ik onder andere de maatwerkcursussen onder mijn hoede. Daarbij merk ik vaak dat de opdrachtgevers daarvan niet precies weten waar ze een cursus over willen laten ontwikkelen. Het is dan best een kunst om zo door te vragen dat het helder wordt welke onderwerpen aan bod zouden moeten komen en welke docent ik daarvoor ga benaderen. Overigens is het ook best lastig om docenten te vinden die én de juiste kennis hebben én goed kunnen lesgeven én het werkveld kennen én tijd hebben. Meestal lukt het wel, maar het is soms een uitdaging. Overigens ben ik ervan overtuigd dat er genoeg juristen bij het Rijk zijn die aan al die eisen voldoen - en die dus uitstekend bij ons als docent zouden kunnen optreden -, maar die daar zelf nog nooit aan hebben gedacht. Hierbij dus nog een oproep aan de lezers: ben jij zo iemand, neem dan eens contact met mij op. 

Pauline: Heb je specifieke plannen of wensen voor de nabije toekomst?

Karin: Meer dan genoeg! Allereerst zou ik het vertalen van de wensen van een opdrachtgever naar een concrete cursus beter in de vingers willen krijgen. Een voorbeeld daarvan is de grote vraag naar cursussen over Artificiële intelligentie (AI). Daarbij is het de kunst om vast te stellen wat de opdrachtgevers precies willen: een cursus om te leren prompten, over de AI-verordening, over juridische risico’s en mogelijkheden van het gebruik van AI, over ethische vraagstukken of voor het opdoen van juridische vaardigheden die nodig zijn om goed met AI te kunnen werken? Het zijn allemaal mogelijkheden die een antwoord kunnen zijn op de vraag naar ‘een AI-cursus’. We zien hele verschillende behoeften en mate van kennis over AI, ook binnen de teams. Het is dan een uitdaging om daarvoor een goede cursus te ontwikkelen en de juiste docent(en) te vinden.

Daarnaast zou ik ook wel iets meer variatie willen aanbrengen in de onderwijsvormen. Volgens mij leer je van actieve werkvormen uiteindelijk meer. Dat vraagt iets van de docent, maar zeker ook van cursisten. We merken dat die het soms best lekker vinden om een dagdeel te luisteren naar een docent die alleen maar zendt. Maar die gewoonte zou ik willen doorbreken. We zien in de vernieuwde traineeopleiding dat dat heel goed werkt, als docenten én deelnemers openstaan voor iets nieuws.

Ook zou ik graag ons maatwerkprogramma meer willen presenteren als een manier om als afdeling je gezamenlijk in een onderwerp te verdiepen. In deze tijd, waarin toch ook veel mensen thuiswerken, kan een dag met elkaar op de Academie van waarde zijn voor het onderlinge groepsgevoel en meer brengen dan alleen inhoudelijke kennis.

Pauline: Tot slot. Als je na een werkweek weer naar huis fietst en geen wandelplannen hebt, waar breng je dan graag je vrije tijd mee door? 

Karin: Ik ben vrijwilliger bij een taalcafé. Daar bieden we mensen die het Nederlands als tweede taal hebben de mogelijkheid om te oefenen. Vaak werken we aan de hand van een thema. Zo schreven de deelnemers in de week van de poëzie een gedichtje. Of we leren de taal aan de hand van een kwartetspel. Het is heel vrijblijvend, mensen kunnen gewoon binnenlopen. Het aantal deelnemers varieert van 10 tot 25. Het is een hele diverse groep, waarvan sommige mensen alleen hun moedertaal spreken. Soms betekent het dat je moet communiceren via handen en voeten. In die gevallen maken we vaak gebruik van zogenaamde ‘praatplaten’. Het is heel bijzonder werk, omdat je veel van elkaar kunt leren en echt moet terugvallen op de basics van communicatie. Overigens vind ik het heel leuk als er toch iets van een gesprekje in het Nederlands ontstaat. Dat verraadt toch wel mijn liefde voor de Nederlandse taal, uiteindelijk toch een belangrijk instrument van iedere jurist!