FAQ | Links | Bulletin & Archief | Contact       Nederlands   English
 
 
The greatest happiness of the greatest number is the foundation of morals and legislation   Jeremy Bentham

Law and Innovation

Op 8 december 2011 promoveerde Wim Timmer, senior wetgevingsjurist bij het ministerie van IenM, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wim is al een aantal jaren lid van de Onderzoeksgroep die, onder leiding van Pauline Westerman, regelmatig bijeenkomt op de Academie om publicaties in wording te bespreken.


Het onderwerp van zijn proefschrift is doelregelgeving. Deze regelgeving schrijft geen (nalaten van) een bepaalde handelwijze voor, maar een te bereiken resultaat door een zelf te kiezen handelwijze. De centrale vraag in de studie is of van die keuzevrijheid feitelijk iets terechtkomt. Blijken normadressaten van doelregelgeving in de praktijk ook werkelijk de vrijheid te hebben om zelf te bepalen hoe zij het voorgeschreven doel bereiken? In de door Timmer onderzochte praktijken op het terrein van de binnenvaart en op dat van het onderwijs blijkt dat niet het geval. Ofschoon de wetgever wel aan de normadressaten keuzevrijheid biedt, blijkt de overheid zelf, vooral door het dominante optreden van de desbetreffende inspecties, deze vrijheid weer goeddeels teniet te doen. Er komt dus weinig terecht van doelregelgeving, eenvoudig omdat de overheid zelf zich niet aan de regels houdt. Is er dan nog wel hoop voor de toekomst van deze regelgeving? Dat is het geval: de promovendus blijkt een constructief en optimistisch mens, aldus meerdere leden van de promotiecommissie.


De promotie van Wim Timmer was onderdeel van een driedaags programma dat het Centre for Law and Innovation organiseerde in samenwerking met de Erasmus School of Law. Het programma bevatte nog twee wetgevingsonderwerpen: de promotie van Munish Ramlal over transparantie in het wetgevingsproces en de oratie van Suzanne Stoter over wetgeving en innovatie.


Ramlal onderzocht de transparantiebelemmerende en –bevorderende factoren in het proces van wetgeving.  Hij ging ook na of meer transparantie wenselijk en haalbaar zou zijn. Daarbij gaat het hem om de zichtbaarheid van de inbreng van belanghebbende partijen. De wetgevingsjurist kan bijdragen aan de verantwoording van een representatieve inbreng van uiteenlopende belangen en van een evenwichtige afweging daarvan. Dat deze verantwoording volgens de promovendus veel beter moet blijkt uit zijn stelling: ‘Hoezo “openbaar” bestuur?’

 
In haar rede ‘Zonder Rem, Wetgeving tussen functionaliteit en fundamentele rechtsbeginselen’ stelde Stoter dat wetgeving regelmatig in de weg staat aan innovatie. Dat komt omdat innovaties wetgeving vergen die gemiddeld twee en een half jaar duurt. In het voorbeeld dat zij besprak, de Segway, duurde het maar liefst zeven jaar. Stoter concludeerde daarom dat ‘aan wetgevingsjuristen onmogelijke eisen worden gesteld en dat innovaties verstikt en verstrikt dreigen te raken in het fijnmazig systeem van het huidige positieve recht zoals we dat in Nederland kennen.’ Zij meende dat ‘we als juristen onze verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten reflecteren op het legaliteitsbeginsel.’ Hoe we dit beginsel moeten moderniseren liet zij nog open: het staat op haar onderzoeksagenda. In een interview met Sandee (SC Online) zegt zij daar meer over. Haar gedachten gaan naar een veel ruimere normstelling waarbij ‘het parlement in de toekomst niet meer alles tot in detail vastlegt.’ En daarmee zijn we weer terug bij de doelregulering van Wim Timmer. 

Opleidingskalender

28-02-2012
Actualiteit: Opmerkelijk aan de top
Meer info
06-03-2012
Verdragenrecht
Meer info
06-03-2012
Verdragenrecht
Meer info